Geo-economie

Duurzaamheid en diversiteit in het huidige geopolitieke klimaat

Johan Eyckmans, Frank Wijen, Piet Colruyt, Maddy Janssens en Guy Janssens

Thema’s als ecologische duurzaamheid, sociale inclusie en maatschappelijke impact stonden jarenlang hoog op de agenda van bedrijven. Vandaag staan ze echter onder druk door een veranderend politiek en economisch klimaat, waarin competitiviteit en rendabiliteit opnieuw primeren. Betekent dit een breuk met het ESG-verhaal (Environmental, Social & Governance), of blijven de principes ervan overeind? Over die vraag gingen op 27 april 2026 in Leuven twee academici en twee bedrijfsvertegenwoordigers in debat, onder leiding van prof. Johan Eyckmans (FEB).

Piet Colruyt, telg van de gelijknamige winkelketen waarin hij niet actief is, is sinds 2010 wel actief in wat genoemd wordt ‘impactinvesteringen’. Piet Colruyt probeert met zijn investeringsvehikel Impact Capital ecologisch en sociaal te investeren. Dat het vandaag wat moeilijk is, gaf hij grif toe. ‘Het zijn woelige tijden, en de wind zit tegen. Bij de investeerders zijn er twee strekkingen: zij die zeggen dat er genoeg geld is maar niet genoeg goede projecten, en de andere groep die zegt dat er wél genoeg projecten zijn, maar niet genoeg geld. En qua rendement heb je investeerders voor wie enkel het marktconforme rendement telt, en daarnaast investeerders die bereid zijn een hoger risico te nemen met een lager rendement op korte termijn, maar mét een sociale en/of ecologische impact. Maar ik steek niet weg dat het voor die laatsten, de duurzame fondsen die investeren in functie van maatschappelijke noden, moeilijke tijden zijn. We zitten nu in een dipje, een dipje in de beschaving, zeg maar.’

Hoe ziet Piet Colruyt dat het tij gekeerd kan worden? Vooreerst moet de mindset veranderen. En verder moet ook ‘de politiek’ een duwtje geven. ‘Een taxshift waarbij de belasting op arbeid, iets wat we toch erg waardevol achten, verschuift naar bijvoorbeeld vervuiling, of het gebruik van bepaalde grondstoffen.’

“We zitten nu in een dipje, een dipje in de beschaving, zeg maar.” - Piet Colruyt -

De haven van Antwerpen-Brugge

Guy Janssens, Vice President Corporate Affairs van de Haven van Antwerpen-Brugge, bevestigde onmiddellijk dat het woelige tijden zijn. ‘Onze haven is de eerste plek die de geopolitieke schokken incasseert. Tot voor kort waren de volgende vier landen onze belangrijkste klanten: VK, VS, Rusland en China. Onze trafiek met het VK heeft veel verloren door de Brexit. Met Amerika spelen de Trump-tarieven ons parten. China wordt geviseerd wegens dumpingpraktijken en ook spionage, en voor Rusland moet ik geen tekeningetje maken zeker? Maar telkens moeten wij, als havenbedrijf, ons aanpassen. En moeten wij er zijn als rots in de branding, bij elke crisis. Tijdens Covid zijn we blijven bevoorraden, in de Oekraïne-oorlog moest er een alternatieve bevoorrading van olie en aardgas komen. De chemie in de Antwerpse haven is immers de grootste economische motor van het land en gebruikt olie en gas niet alleen als energiebron, maar ook als grondstof om er allerlei scheikundige producten van te maken.’

En hoe ziet hij de veranderingen op het vlak van ecologie? ‘De investeringen in ecologie lopen terug. Er bestaat wel een grote lijst van projecten, o.a. in waterstof en CO2-captatie, maar die zijn on hold gezet. En voor productieve investeringen kijken multinationals liever naar het buitenland dan naar ons land. De energiekosten spelen daar natuurlijk een belangrijke rol in.’

‘Maar toch denk ik dat er voor de lange termijn niet veel veranderd is. De uitdagingen blijven immers onveranderd, zoals een properder leefmilieu en de inzet voor het klimaat.’

‘Vandaag zie ik twee prioriteiten: enerzijds de concurrentiekracht van onze industrie verbeteren, en anderzijds onze strategische autonomie inzake energie vergroten. Dat laatste betekent dat we onze afhankelijkheid van olie en gas moeten verminderen, al zal dat nooit volledig kunnen, en inzetten op hernieuwbare energie en dan denk ik vooral aan offshore windstroom. De EU is daar sterk in, en zeker even sterk als andere continenten. Ik zie het verhogen van onze elektrificatiegraad als een kans voor Europa, ook vanuit de vraag naar meer strategische autonomie.’

‘Wat niét helpt is de tsunami aan rapporteringsverplichtingen die vanuit Europa worden opgelegd, zoals de CSRD (de Corporate Sustainability Reporting Directive). Dat is allemaal veel te bureaucratisch en werkt zelfs contraproductief. Enthousiaste, milieubewuste medewerkers worden door die bureaucratische overlast ontmoedigd. En wie leest die rapporten allemaal?’

“Vandaag zie ik twee prioriteiten: enerzijds de concurrentiekracht van onze industrie verbeteren, en anderzijds onze afhankelijkheid van olie en gas verminderen.” - Guy Janssens -

Diversiteit

Prof. Maddy Janssens, van de onderzoeksgroep Work and Organisation Studies van FEB, stelt vast dat het diversiteitsbeleid in de hoek zit waar de klappen vallen. In de VS is het vandaag zelfs gevaarlijk om daar als bedrijfsleider of academicus openlijk aandacht aan te besteden. Maar in de samenleving gaat het thema van diversiteit en inclusie niet weg. ‘Willen we een meer rechtvaardige maatschappij dan loopt dit via een beleid van diversiteit in de organisaties. En misschien is deze ‘dip’ wel het geschikte moment om de zaak anders aan te pakken. Ik zie twee sporen. Een eerste is dat we organisatiepraktijken moeten veranderen in plaats van individuen. Organisaties moeten zich ervan bewust zijn dat zij bepaalde normen toepassen die sommige medewerkers benadelen, bv de vergadercultuur, omdat die bv. vrouwen onbewust kunnen discrimineren. Of dat wie niet aan ‘de norm’ beantwoordt, meestal gemaakt op maat van ‘de witte man’, minder kansen krijgt.’

Prof. Maddy Janssens pleit er in tweede instantie ook voor om medewerkers niet te reduceren tot één dimensie van hun persoonlijkheid. En de leidinggevenden moeten ingaan op elke vraag van medewerkers. ‘Elke vraag van medewerkers moet als legitiem worden beschouwd. Elke organisatie moet open staan voor verschillen. Een niet-divers bedrijf, bv. met allemaal gelijkaardige profielen, stoot nieuwe profielen af, omdat ze niet aan de impliciete norm voldoen en zich er niet welkom achten. Dat leidt op den duur tot een minder performante organisatie. Omdat nieuw mensen met frisse ideeën er niet meer gaan solliciteren. Probeer daarom ook met externe organisaties samen te werken die sterk met diversiteit bezig zijn.’

“Een niet-divers bedrijf met allemaal gelijkaardige profielen stoot nieuwe profielen af omdat ze niet aan de impliciete norm voldoen. Dat leidt tot een minder performante organisatie.” - Maddy Janssens -

Centrum voor duurzaamheid

Last but not least kwam prof. Frank Wijen aan het woord. Frank Wijen is de directeur van het kersverse Centrum voor Duurzaamheid aan de faculteit FEB, het Center for Sustainable Business and Economy. Frank bevestigde dat voor ‘klimaat’ de ambities worden afgezwakt en dat diversiteit te lijden heeft onder het verwijt van ‘woke’. ‘We komen uit een tijd waarin duurzaamheid gehypet werd. Dat is nu anders. Dat komt misschien wel omdat het economische teveel naar de achtergrond werd geduwd. Nu met de nieuwe energiecrisis komt het economische opnieuw keihard naar de voorgrond.’

Prof Frank Wijen ziet niet minder dan vijf strategieën waarmee de bedrijven kunnen reageren.

Strategie 1: ‘Wed op meerdere paarden’. Inzake groene technologieën worden vandaag vele pistes bewandeld, maar niet alle zullen succesvol blijken. Welke wel en welke niet, is in het begin niet altijd te voorspellen. Hou daarom meerder opties open en spring tijdig op de boot van de succesvolle technologie om die snel te kunnen opschalen.

Strategie 2: ‘Lift mee op andere prioriteiten’. Nu duurzaamheid bijna een ‘verboden woord’ is geworden, kan dat doel ook bereikt worden via andere prioriteiten, zoals ‘meer autonomie’ en ‘lokale economie’, die aansluiten bij duurzaamheid. Zo zal eco-efficiëntie, door minder grondstoffen te gebruiken in het productieproces, zowel de kosten verminderen als de milieuvoordelen verhogen.

Strategie 3: ‘De kameleon-strategie’. Bedrijven die ervoor kiezen om toch met hun duurzaamheidsbeleid door te gaan, kunnen er bijvoorbeeld minder expliciet over communiceren, om publieke en/of politieke weerstand te ontlopen. Is zeker nuttig in de Verenigde Staten.

Strategie 4: ‘Expliciet blijven roepen dat duurzaamheid belangrijk is’. Hier geldt het omgekeerde: sommige bedrijven kiezen er net voor om zich expliciet via duurzaamheid te profileren in de markt. Neem bv. Ben & Jerry’s-ijs.

Strategie 5: ‘Kies voor een langetermijnstrategie’. Wanneer je ervan uitgaat dat ecologie een langetermijntrend is, dan zet je je O&O in voor de ontwikkeling van producten en diensten die in dat kader passen. Denk bijvoorbeeld aan het maken van meer energiezuinige vliegtuigmotoren die bovendien minder geluid maken.

Het blijft voor Frank Wijen belangrijk dat het topmanagement de strategische lijnen blijft uitzetten. Maar het is even belangrijk dat dit doorsijpelt tot op de bedrijfsvloer via het middle management. Anders blijft de strategie dode letter. En ook: de top moet voldoende middelen en mogelijkheden voorzien om dit beleid effectief te kunnen implementeren.

Fa Quix

“Nu duurzaamheid bijna een verboden woord is geworden, kan dat doel ook bereikt worden via andere prioriteiten die aansluiten bij duurzaamheid.” - Frank Wijen -