Geo-economie en geopolitiek
De internationale handel blijft robuust, zelfs in deze woelige tijden
V.l.n.r. Jo Van Biesebroeck, Olivier Joris en Jan Van Hove
Sinds de Amerikaanse president Donald Trump invoertarieven opnieuw centraal heeft geplaatst in het internationale handelsbeleid, staat de wereldhandel voortdurend in de schijnwerpers. De zogenaamde ‘Liberation Day’ van 2 april 2025 geldt daarbij als een belangrijk kantelpunt. Vooral China wordt geviseerd, maar de impact reikt veel verder. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de mondiale handelsstromen? Op 1 april 2026 gingen Jan Van Hove, professor Internationale Economie aan FEB, en Olivier Joris, executive manager van het Competentiecentrum ‘Europa en Internationaal’ van het VBO, hierover in gesprek in Leuven.
EU is exportkampioen
Prof Jan Van Hove (FEB) stak van wal met de opmerking dat internationale handel voor de Europese Unie van levensbelang is, en dit in tegenstelling tot de VS: ‘De handelsopenheid van de EU bedraagt 70%, tegenover maar 20% voor de VS en 35% voor Japan. De handelsopenheid zet de internationale handel af in procent tegen het bbp. De EU is een grote exporteur met meer dan 600 miljard euro extra-EU-goederenuitvoer per kwartaal. Maar ook de EU-invoer is groot, en zelfs van ongeveer dezelfde ordegrootte. Toch kon de EU in voorbije 3 jaar (2023-2025) telkens een licht overschot boeken. Dat handelssaldo varieert wel wat, vooral als gevolg van de olie-en gasprijzen.’
‘We zien voorlopig geen terugval. We stellen vast dat de internationale handel robuust blijft, zelfs in deze woelige tijden. Wat voor de EU een voordeel is, is dat de handel over vele landen en producten gespreid is. De EU is niet volledig afhankelijk van de VS voor zijn export, al blijft Amerika wél de belangrijkste exportmarkt. Ook het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, China en Turkije zijn bijvoorbeeld belangrijke afzetmarkten voor de EU-exporteurs. Met de meeste van die landen heeft de EU een handelsoverschot, maar zeker niet met China, dat een grote netto-exporteur is naar de EU.’
‘Ook belangrijk’, aldus prof Van Hove, ‘is het feit dat de extra-EU-handel niet voor alle lidstaten even belangrijk is. Voor België is dit ruim 40% waarbij Ierland op nummer één staat omdat het met circa 60% van zijn totale handel op landen van buiten de EU is aangewezen. Maar aan de andere kant vinden we bv. Luxemburg en verschillende Centraal- en Oost-Europese landen die minder dan een kwart van hun buitenlandse handel buiten Europa realiseren. Dat heeft ook zijn consequenties voor het EU-handelsbeleid, vermits niet alle landen er dus evenveel belang bij hebben.’
“De EU is niet volledig afhankelijk van de VS voor zijn export, al blijft Amerika wél de belangrijkste exportmarkt.” - Jan Van Hove -
Amerikaans protectionisme
De ‘Liberation Day’ van 2 april vorig jaar kwam eigenlijk niet uit de lucht vallen. Reeds in zijn eerste ambtstermijn had Trump al een handelsoorlog met China ontketend met speldenprikken elders, maar in zijn tweede ambtsperiode zijn alle handelspartners betrokken onder het motto reciprocal tariffs. Niet alleen de tariefverhogingen spelen de exporteurs parten maar ook de volatiliteit ervan. TACO of Trump always chickens out blijkt ook hier te spelen. Wanneer de President vaststelt dat zijn ingrepen te drastisch blijken, bv. doordat ze een terugval van de beurzen veroorzaken, krabbelt hij terug.
Prof. Van Hove: ‘De handelsdeal die de EU met de VS heeft afgesloten, een deal die van het Europees parlement in maart 2026 groen licht heeft gekregen, is eigenlijk geen echt handelsakkoord, want het is geen evenwichtig, wederkerig akkoord. De EU werd eigenlijk het mes op de keel gezet. Terwijl de VS op vrijwel alle producten uit de EU een tarief van 15% heeft ingevoerd, stelde de EU daar geen tarief tegenover. Bovendien engageert de EU zich om voor 750 miljard dollar vloeibaar gas uit de VS in te voeren en voor 40 miljard dollar AI chips, en ook fors meer te investeren in de VS, meer Amerikaans defensiematerieel aan te kopen, en de eigen EU-duurzaamheids- en digitale reglementeringen af te zwakken. Ik noem dat geen handelsakkoord.’
“Handelsakkoorden hebben weinig met handel te maken en zijn vooral politieke instrumenten geworden” - Jan Van Hove -
Regionale vrijhandelsakkoorden als tegenstrategie
‘Rekenen op de Wereldhandelsorganisatie WTO om hier paal en perk aan te stellen, heeft geen zin, want de WTO werkt niet meer. De laatste vrijhandelsronde was de fameuze Doha Round die 30 jaar geleden werd opgestart… en nogal altijd niet is afgerond. En ook de geschillenoplossing binnen de WTO werkt niet meer omdat handelsrechters niet benoemd geraken door de onwil van de VS. Dus moeten de handelspartners van de VS het over een andere boeg gooien. En die menen ze gevonden te hebben in bilaterale vrijhandelsakkoorden. Maar hoe zinvol zijn zij?’
Professor Jan Van Hove begint met de verrassende vaststelling dat ‘handelsakkoorden weinig met handel te maken hebben, en eigenlijk vooral politieke instrumenten geworden zijn.’ Hij gaf enkele voorbeelden. Het handelsakkoord USMCA tussen de VS en Mexico, dat Trump heeft afgesloten ter vervanging van het eerder NAFTA-akkoord, trekt de machtsverhouding scheef ten voordele van de VS die dat akkoord altijd kan terugdraaien. En MERCOSUR, het vrijhandelsakkoord tussen de EU en de handelsunie Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay, is er vooral op aandringen van de auto-industrie in Europa gekomen, om nieuwe afzetmarkten te creëren. En het recente akkoord tussen de EU en Australië is in de eerste plaats een signaal naar China, vermits er ook een Defence partnership in is voorzien, aldus Van Hove.
“Onderzoek heeft aangetoond dat niet een handelsakkoord an sich positieve effecten heeft, maar wél de diepgang ervan: m.a.w. als het akkoord over méér gaat dan alleen tarieven.” - Jan Van Hove -
Getemperde verwachtingen
‘En die bilaterale handelsakkoorden blijven toch altijd second best vermits de multilaterale handelsliberalisering in het kader van de WTO veruit te verkiezen valt. Bovendien valt het positief effect van die bilaterale handelsakkoorden te betwijfelen. De vroegere economische inzichten gingen uit van een positief effect, maar die onderzoeken waren methodologisch zwak en bevatten vele inconsequenties. Recenter, robuuster onderzoek heeft aangetoond dat niet een handelsakkoord an sich positieve effecten heeft, maar wél de diepgang ervan. M.a.w. wanneer het in het akkoord over méér gaat dan alleen tarieven. Dan spreken we bijvoorbeeld ook over concurrentiebeleid, bescherming van intellectuele eigendom, overheidsinvesteringen, digitalisering en vergroening. Maar ook over inhoudelijke verdieping, zoals het betrekken van de dienstensectoren in de handelsliberalisering. En technische aspecten zoals de timing van het liberaliseringsproces, werken met tariefquota, de toepasselijke oorsprongsregels …
‘Bovendien spelen er ook anticipatie-effecten’, stelt prof Van Hove, ‘wanneer bedrijven weten dat er vrijhandelsgesprekken lopen dan gaan zij hun exportinspanningen deels al op die markt(en) richten, zelfs voordat het vrijhandelsakkoord officieel ondertekend is. Hoe diepgaander een vrijhandelsakkoord hoe meer kans dat het ook een groter en langduriger effect zal hebben op de handel’
Maar dan nog blijft de vraag hoe duurzaam die effecten zijn. Jan Van Hove: ‘In de VS is vastgesteld dat 55% van de exporteurs naar die nieuwe markt er na één jaar al mee stoppen, en dat na 5 jaar dat percentage oploopt tot 85%. Dus is het duurzaam effect al bij al beperkt. Er is ook een verschil tussen grote ondernemingen en kmo’s. Grote bedrijven zullen vooral hun handel in bestaande producten intensifiëren, terwijl kmo’s het nieuwe akkoord gebruiken om nieuwe producten internationaal te lanceren.’
‘En dan is er nog de ruimere maatschappelijke context waarin bilaterale handelsakkoorden worden afgesloten. Inzake mensenrechten wordt de handel het meest gestimuleerd tussen landen met gelijkaardige politieke systemen. Ook inzake arbeidsrechten kunnen handelsakkoorden een positieve rol spelen indien de arbeidsnormen van ILO (International Labour Organization) worden meegenomen. Handelsakkoorden kunnen ook een positieve rol spelen op milieuvlak indien er gemeenschappelijke milieunormen worden afgesproken. Tot slot is er een effect op migratie. De handelspartners mogen dan wel afspraken maken over migratie maar een bilateraal handelsakkoord trekt nieuwe migranten aan, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.’
“Belgische exportbedrijven verliezen marktaandelen op de internationale markten als gevolg van een afbrokkelende concurrentiekracht.” - Olivier Joris -
België vaart wel bij vrijhandel
Olivier Joris, Executive Manager van het Competentiecentrum ‘Europa en Internationaal’ bij het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), beklemtoonde vooreerst het feit dat België een open economie is waarvoor internationale handel van levensbelang is: ‘De Belgische export stelt niet minder dan 83% van het bbp voor en zorgt voor 665.000 directe jobs en naar schatting nog eens 200.000 indirecte jobs. Ook al is de import erg hoog, toch slaagt België er meestal in om een positief handelssaldo te realiseren. Twee derde van de Belgische export is intra-EU-handel en een derde extra-EU. 60% zijn intermediaire goederen, bijvoorbeeld onderdelen voor de Duitse auto-industrie. Dat geeft aan dat onze exporterende bedrijven sterk geïntegreerd zijn in de internationale waardeketens, zoals in de farma, chemie, transportmaterieel en machines.’
Ondanks het belang en het succes van de Belgische exportbedrijven ging Olivier Joris de pijnpunten niet uit de weg: ‘We verliezen marktaandelen op de internationale markten als gevolg van een afbrokkelende concurrentiekracht. Een ander probleem is de Europese Interne Markt. Die zorgt wel voor het gros van onze export, maar die zou nog een stuk groter kunnen zijn indien de resterende handelsobstakels zouden worden opgeruimd. In vele lidstaten bestaan er nog altijd afwijkende reguleringen, bijvoorbeeld op het vlak van verpakkingen, veiligheids- en gezondheidsvoorschriften en productnormen, die in strijd zijn met de regels van de Interne Markt. Omgerekend in invoerheffingen zou het om een invoertarief van liefst 44% gaan. Gelukkig heeft deze Europese Commissie van de voltooiing van de Interne Markt één van haar prioriteiten gemaakt voor de versterking van de Europese industrie.’
“Naast nieuwe kansen door marktopening, bestaat het gevaar dat sommige sectoren bij vrijhandelsakkoorden méér concurrentie zullen ondervinden door de gestegen invoer uit het partnerland.” - Olivier Joris -
VS en China?
Over de bilaterale vrijhandelsakkoorden, waar professor Jan Van Hove toch wat kritische geluiden liet horen, toonde Olivier Joris zich optimistischer. ‘Voor de bedrijven brengt zo’n handelsakkoord telkens nieuwe opportuniteiten met zich mee. De cijfers van onze export naar Canada zijn vrij spectaculair gestegen dankzij het CETA-vrijhandelsakkoord.’ Ook het zopas goedgekeurde akkoord met MERCOSUR zal positieve handelseffecten hebben, aldus Joris, en dit zowel rechtstreeks als om strategische redenen zoals de aanwezigheid van kritische grondstoffen. Toch ziet hij ook hier pijnpunten: ‘Want met onze twee belangrijkste handelspartners, met name de VS en China, hebben we geen handelsakkoord.’
Een ander probleem is het lange ratificatieproces van die vrijhandelsakkoorden door de lidstaten en bevoegde regio’s. Dat leidt tot onnodige vertragingen voor de volledige inwerkingtreding van die vrijhandelsakkoorden. Wat Joris ook zorgen baart is dat EU-bedrijven het potentieel van de lagere of afgeschafte invoertarieven vaak niet volledig benutten.
Bij het afsluiten van vrijhandelsakkoorden ziet het VBO er op toe dat er een evenwicht is tussen de offensieve en de defensieve belangen van de bedrijven. ‘Want naast nieuwe kansen door marktopening, bestaat ook het gevaar dat sommige sectoren méér concurrentie zullen ondervinden vanwege de gestegen invoer uit het partnerland. Dat vreest de Europese landbouwsector met MERCOSUR, al heeft de EU onder druk van de landbouwlobby hier toch heel wat remmen en garanties laten inbouwen. Of de vrees die de Belgische textielsector heeft geuit bij het recent afsluiten van het akkoord met India.’
“We moeten beseffen dat sommige partnerlanden de EU beschuldigen van 'regulatory imperialism': door de strenge regelgeving wordt de EU beschuldigd van protectionisme” - Olivier Joris -
Strategische uitdagingen
Wat ziet Olivier als grootste strategische bedreigingen voor de business continuity van onze bedrijven? ‘De top-3 disruptieve risico’s zijn: één cyber security, twee, grootschalige technische storingen in netwerken (zoals ICT en energie) en drie, supply chain disruptions omwille van geopolitieke spanningen en/of handelsbelemmeringen.’
‘We moeten ook beseffen dat sommige partnerlanden de EU beschuldigen van regulatory imperialism: door de strenge regelgeving wordt de EU beschuldigd van protectionisme. De ‘Made In Europe’-strategie van de Europese Commissie wordt door sommige derde landen als protectionistisch ervaren. En om het nog een beetje ingewikkelder te maken: sommige EU-regels zijn inderdaad handelsbelemmerend. Neem de CBAM, de koolstofgrenstaks, of de strenge ontbossingsregels van de EU die de import van hout voor o.m. de houtverwerkende en meubelindustrie bemoeilijken. Terecht of onterecht, maar we zien hier elkaar tegensprekende EU-regelgeving, namelijk de vrijhandelsakkoorden versus het milieubeleid.’
Fa Quix