Geo-economie
Is China de grote boeman?
In de lessenreeks over geo-economie die de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen samen met Ekonomika Alumni in het academiejaar 2025-26 inrichtte, is één verhaal nog niet aan bod gekomen in ECONnect, en dat is de lezing over China. Daarin gaven professor Dorien Emmers en China-expert Wim Horsten elk hun visie op dit imposante land. En waar je rekening mee moet houden om er succesvol zaken te doen. (Foto Dorien Emmers: Damon De Backer)
Prof. Dorien Emmers (Onderzoeksgroep Chinese Studies – KU Leuven en alumna van de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen) gaf eerst een bondige historische schets van de jongste 200 jaar waarin China eerst in een groot isolement zat en vervolgens met grote vernederingen (bv. de Opiumoorlogen) geconfronteerd werd. De ‘Eeuw van Vernederingen’ eindigde pas in 1949 met de oprichting van de Chinese Volksrepubliek. In dat jaar begon de ‘Eeuw van Heropstanding’ met als doel om in 2049 China uit te bouwen tot een supermacht in de wereld.
Prof. Emmers wees er op dat de economische heropstanding van China er pas gekomen is na het overlijden van de Grote Roerganger Mao in 1976. Het was de nieuwe leider Deng Xiao Ping die een pragmatische koers is gaan varen, met de beroemde uitspraak ‘dat het niet belangrijk is dat een kat wit of zwart is, als ze maar muizen vangt’. In feite was dit een omfloerste manier om te zeggen dat China ook de markteconomie omhelsde, zij het ‘op Chinese wijze’. Deng wilde zijn volk uit de armoede tillen dankzij economische groei. En of die er gekomen is. Gedurende vele jaren groeide de Chinese economie aan 10% per jaar. En ook al was dat ritme op lange termijn niet vol te houden, toch groeit de Chinese economie vandaag nog altijd aan een indrukwekkende tempo van 4 à 5%. Waardoor China vandaag is opgeklommen tot de tweede economie in de wereld, na de VS, en tot de grootste handelsnatie ter wereld. De handelsmacht van China uit zich onder andere in de nieuwe zijderoute, gekend als het Belt & Road Initiative (BRI).
“China evolueert zeer snel naar een technologische economie, maar ruim 500 miljoen Chinezen zijn niet hoog opgeleid.” - Dorien Emmers -
Zal dit succesverhaal verder gaan? Prof. Emmers ziet naast een aantal sterke punten van het Chinese economische model toch ook een aantal bedreigingen. Een eerste bedreiging is de demografische ontwikkeling. De geboortecijfers zijn dramatisch laag en de vergrijzing slaat hard toe. Sinds 2023 is de Chinese bevolking – nog altijd circa 1,4 miljard mensen – beginnen krimpen. ’Chinezen kopen geen kinderen meer, of in elk geval zeer weinig.’
Ten tweede is er het opleidingsniveau. ‘China evolueert zeer snel naar een technologische economie, maar ruim 500 miljoen Chinezen zijn niet hoog opgeleid. Daarbij speelt het onderscheid tussen stad en platteland nog steeds een grote rol. Een kind dat opgroeit op het Chinese platteland heeft 42 maal minder kans om naar een van de twee topuniversiteiten van China te gaan (Peking Universiteit en Tsinghua) dan een kind dat in de stad opgroeit. De ironie is dat een in naam nog altijd communistisch land vooral ongelijke kansen creëert.’
Een andere bedreiging is de onevenwichtige economische groei. In het recente verleden was de groei sterk gebaseerd op kapitaalsinvesteringen in bedrijven en in vastgoed. De vastgoedbubbel is geïmplodeerd en weegt nog altijd op de groei. Maar de economie is ook nog steeds te veel afgestemd op de export en te weinig op de ontwikkeling van de interne markt via de private consumptie. Sinds 2015 zet China massaal in op technologie. Het wil de leidende technologische natie in de wereld worden. En zeker op dat vlak niet afhankelijk zijn van Amerika.
Het plan ‘Made in China 2025’ heeft 10 jaar later al veel succes opgeleverd. China is inmiddels wereldleider geworden in onder meer elektrische auto’s en in de hele verticale keten, van grondstoffen en zeldzame materialen over batterijen tot EV’s. China is ook koortsachtig zijn achterstand aan het inhalen inzake halfgeleiders, is wereldleider in de productie en ontwikkeling van windturbines en zonnepanelen, en bovendien steeds sterker in biotechnologie en farma, en niet te vergeten, artificiële intelligentie.
‘Dat is het gevolg van een strak, planmatig beleid’, aldus Dorien Emmers. ‘Daarin worden centraal de strategische sectoren bepaald, maar de uitvoering van dit beleid gebeurt decentraal, in de provincies. Die provincies staan met elkaar in concurrentie en willen elk zoveel mogelijk investeringen aantrekken, met subsidies allerhande.’
‘Wat wij hier zien, zijn de succesvolle bedrijven die hun producten, zoals elektrische auto’s, op onze westerse markten komen verkopen. Maar wat wij niet zien, zijn de vele verliezers in die bikkelharde concurrentiestrijd. Evenmin zien we de gigantische verspilling van middelen, zowel van grondstoffen als van kapitaal en mensen, alsook van overheidsmiddelen in de vorm van subsidies. Hun in onze ogen succesvol industrieel beleid is, bij nader inzien, een duur beleid met veel verspilling. Bovendien slaagt het beleid er niet in het vertrouwen van de eigen consumenten te winnen en zo te evolueren naar een meer consumptiegeleide economische groei, in plaats van of aanvullend op de exportgeleide groei. Want die export houdt hoe dan ook risico’s in. Denk bijvoorbeeld aan de handelsoorlog van de Amerikaanse President Trump, die plots grote exportstromen vanuit China kan stilleggen.’

“De bedreiging zit vooral in de innovatiedrang van de Chinezen. De snelle evolutie van de humanoïde robots is daar een voorbeeld van.” - Wim Horsten -
Zakendoen met China: opgelet voor de valkuilen
Wim Horsten is China-expert en managing director van Horsten International. Het bedrijf werd in1996 door Joos Horsten opgericht. Het werkt met een tiental consultants. Moeten we China zien als de grote boeman? Of biedt het land ook kansen voor westerse bedrijven? De bedreigingen zien we elke dag met wereldspelers zoals Huawei, Shein, Temu, Alibaba, BYD, Aion … ‘De bedreiging zit vooral in de innovatiedrang van de Chinezen. De snelle evolutie van de humanoïde robots is daar een voorbeeld van. We staan nog maar aan het begin daarvan, maar het gaat razendsnel. En dat geldt niet alleen voor toepassingen in fabrieken, waar China humanoïde robots ziet als een oplossing voor de krimpende beroepsbevolking, maar ook voor toepassingen in het dagelijkse leven.’
Volgens Wim Horsten blijven de kansen groot. ‘Wegkijken van de Chinese concurrentie is geen goed idee. Maar de rechtstreekse concurrentie met hen aangaan is dat meestal ook niet. Wat dan wel? Chinese partners zoeken en proberen een slimme samenwerking met hen te realiseren. Je gaat China niet kunnen veranderen, dus zul je je aan hen moeten aanpassen.’
Maar Wim Horsten geeft grif toe dat zaken doen in China en met Chinezen niet eenvoudig is. Bovendien gaat het er ontzettend snel: wat vandaag nog actueel is, is morgen misschien al achterhaald. Snelheid is cruciaal, je moet snel kunnen schakelen. Hij gaf talrijke voorbeelden van ‘typische vergissingen’. Een reis boeken naar China zonder grondig voorafgaand marktonderzoek? Dat is een recept voor mislukking. Of denken dat een strategie die elders werkte, ook in China zal werken. Niet dus. Of in zee gaan met een Chinese distributeur zonder dat bedrijf vooraf door te lichten? Of een Engels contract tekenen op basis van Belgisch recht? Nope, niet doen.
Ook praktische zaken zijn belangrijk: het is geen optie om naar China te vertrekken zonder WeChat te hebben geïnstalleerd. Geen enkele Chinese partner neemt je nog au sérieux als je niet via WeChat kan communiceren. COf stalen naar China versturen zonder je trademark vooraf te hebben beschermd? Niet slim.
‘Je moet altijd kritisch blijven en niet klakkeloos overnemen wat je Chinese distributeur of partner je vertelt. Je mag zeker niet alle initiatief aan hem overlaten. De culturele verschillen zijn immers groot. Vermijd te allen prijze dat je Chinese partners gezichtsverlies lijden. Want dan is het ’over and out’. Begrijp ook de hiërarchie bij je partner, en weet dat beslissingen altijd topdown worden genomen. Dat heeft als gevolg dat je met het middle management vaak weinig vooruitgang boekt, vermits het bang is om fouten te maken. Het informele is zeer belangrijk: lange meetings, uitgebreide diners … En denk niet dat één bezoek per jaar zal volstaan. Bij bedrijven die succesvol zijn in China, gaat de CEO er minstens vier, en soms zelfs zes keer per jaar naartoe.’
‘En het is niet omdat je Chinese partner een grote bestelling heeft geplaatst dat je business in China voor de lange termijn vertrokken is. Want het kan evengoed ook je laatste bestelling geweest zijn … De Chinezen zitten niet op ons te wachten. Zorg dat je een uniek product hebt, goed beschermd natuurlijk. En nogmaals, onderschat de innovatiekracht van de Chinezen niet.’
Fa Quix