Column Pieter Timmermans

EU-Mercosor: geen bedreiging maar wel een opportuniteit

LEES DE COLUMN HIER

Het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Mercosur is een historisch akkoord dat na 25 jaar onderhandelen op het punt staat werkelijkheid te worden. Het creëert een vrijhandelszone van ruim 700 miljoen consumenten en komt op een cruciaal moment. In een geopolitieke context van toenemende concurrentie en onzekerheid kiest Europa hiermee voor nauwere samenwerking met Latijns-Amerika, meer handelsdiversificatie en nieuwe exportkansen. Dit akkoord is dus niet louter een handelsdeal, maar ook een strategisch instrument om de EU’s positie als betrouwbare partner te versterken.

Voor België biedt de deal aanzienlijke opportuniteiten. Ons land is een van de meest open economieën ter wereld. Hoewel de Mercosur-landen vandaag minder dan 1% van onze uitvoer vertegenwoordigen, gaat het om export met hoge toegevoegde waarde. Ongeveer 1.650 Belgische bedrijven (waarvan 83% kmo’s) zijn al actief in de regio. De uitvoer wordt gedomineerd door sectoren waarin België sterk staat: chemie en kunststoffen, farma, machinebouw, transportmaterieel en gespecialiseerde voeding. Het akkoord sluit nauw aan bij deze sterktes: 91% van de Mercosur‑invoertarieven op Europese producten verdwijnt volledig, administratieve drempels dalen, en markten die tot nu toe moeilijk toegankelijk waren, worden opengesteld.

Analyse van het EU–Mercosur-akkoord

De Mercosur-markt (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay) was tot dusver zeer beschermd met hoge invoerrechten. Het akkoord brengt daar verandering in: 91% van de invoertarieven op Europese industrieproducten verdwijnt volledig. Ter illustratie: Mercosur heft nu 35% op auto’s, 14–18% op auto-onderdelen, tot 18% op chemische producten, 14% op farmaceutica, 14–20% op machines en elektronica. Al deze tariefpieken gaan naar 0% (sommige meteen, andere via een gefaseerde afbouw).

Naast industrieproducten worden ook veel tarieven op export van landbouwproducten en voeding weggewerkt: Mercosur hanteerde invoerheffingen tot 55% op Europese voedingswaren (bijvoorbeeld bepaalde chocoladetoepassingen of zuivel), waarmee de markt de facto gesloten was. Die muren vallen nu weg, wat betekent dat bijvoorbeeld Belgische chocolade, bieren en diepvriesfriet veel competitiever worden.

Naast tariefdaling worden ook niet-tarifaire obstakels aangepakt: vereenvoudigde douaneprocedures, wederzijdse erkenning van conformiteitsbeoordelingen en betere toegang tot overheidsopdrachten op federaal en deelstaatniveau voor het eerst in Mercosur-landen als Brazilië. De handel in diensten (logistiek, telecom, financiële en zakelijke diensten, e‑commerce) wordt eveneens opengesteld.

Voor de EU als geheel zijn de verwachte bbp-effecten positief. Volgens de London School of Economics zou het EU-bbp tegen 2032 ongeveer 0,1% hoger uitvallen dankzij het akkoord wat neerkomt op een absolute stijging van circa €15 tot 21 miljard. De Europese Commissie raamde een totale bbp-toename van omgerekend €77,6 miljard tegen 2040, zodra het akkoord volledig geïmplementeerd is. De voornaamste groeiprikkel komt doordat consumenten en producenten kunnen aankopen tegen lagere prijzen (wegens wegvallende tarieven), wat hun reële inkomens verhoogt en de vraag stimuleert.

Boven op de economische winst heeft het akkoord een strategische dimensie: het verzekert duurzame toegang tot kritieke grondstoffen. Zuid-Amerika is rijk aan materialen als lithium, grafiet, nikkel, mangaan en niobium, essentiële input voor batterijen, elektrische auto’s en halfgeleiders. Zo draagt de deal bij aan de Europese strategische autonomie.

“De voornaamste groeiprikkel komt doordat consumenten en producenten kunnen aankopen tegen lagere prijzen”

Impact in België

In 2024 voerde België voor circa €3,05 miljard uit naar Mercosur en importeerde ongeveer €1,44 miljard. Brazilië is veruit onze grootste partner in Mercosur, goed voor het merendeel van dat volume.

Het beperkte aandeel in de Belgische export (minder dan 1%) doet misschien vermoeden dat er weinig op het spel staat, maar een diepere blik toont belangrijke sectorale belangen. De economische impactstudie van de FOD Economie wijst erop dat België het grootste extra exportpotentieel heeft in zijn sterke sectoren: chemische producten en farmaceutica, en minerale producten, machinebouw en elektrische apparatuur, metalen en bepaalde niches van de voedingsindustrie. Dat komt omdat in deze branches hoge Mercosur-tarieven en hindernissen wegvallen.

Onze invoer uit Mercosur bestaat vooral uit landbouwgrondstoffen en mineralen: denk aan soja en koffie, maar ook edelmetalen en basischemie. Met andere woorden: België exporteert naar Mercosur vooral afgewerkte high-end producten en importeert voornamelijk ‘raw materials’.

Kansen voor de landbouw

Landbouw vormde het gevoeligste onderdeel van het Mercosur-dossier en kreeg daardoor veel aandacht in het publieke debat. Critici vrezen dat het akkoord onze boeren zou blootstellen aan grote hoeveelheden goedkoop vlees en suiker uit Zuid-Amerika. Daarbij wordt echter vaak vergeten dat Mercosur nu al veel naar de EU uitvoert. Het akkoord breidt die toegang slechts beperkt en gecontroleerd uit, en koppelt er strikte voorwaarden aan.

Zo mag Mercosur jaarlijks maximaal 99.000 ton rundvlees uitvoeren tegen verlaagd tarief (ongeveer 1,5% van de totale EU-productie) en minder dan wat de EU nu al invoert. Voor pluimvee geldt een tariefvrij quotum van 180.000 ton, goed voor 1,3% van de Europese consumptie. Boven die quota blijven de bestaande tarieven gelden, en de extra toegangsrechten worden bovendien geleidelijk ingevoerd om marktverstoring te vermijden.

Cruciaal is dat alle ingevoerde producten moeten voldoen aan de Europese normen inzake voedselveiligheid, diergezondheid en milieustandaarden. De EU laat geen hormoonvlees toe en producten met te veel pesticidenresidus worden geweerd. De bescherming van de consument blijft dus volledig overeind. Voorstellen om verder te gaan via zogeheten “spiegelclausules”, die vereisen dat ingevoerde producten onder dezelfde productievoorwaarden worden gemaakt als Europese, zijn in de praktijk moeilijk juridisch afdwingbaar en sluiten minder goed aan bij internationale handelsregels dan vaak wordt verondersteld.

Mocht de Europese markt ondanks deze waarborgen toch ontwricht raken, dan kan de Commissie ingrijpen. Het akkoord bevat een ruime vrijwaringsclausule waarmee preferenties tijdelijk kunnen worden opgeschort. Deze bescherming gaat verder dan in eerdere handelsdeals (zoals CETA).

Tegelijk biedt het akkoord ook kansen voor Europese en Belgische landbouwers. Europese exportproducten zoals zuivel, kwaliteitsvlees, olijfolie, wijn en fruit krijgen betere toegang tot de Mercosur-markten. Voor België is ook de bescherming van 14 geografische indicaties interessant, bijvoorbeeld van Jambon d’Ardenne, waardoor namaak onmogelijk wordt.

“De bescherming van de consument blijft volledig overeind.”

Weerlegging van misvattingen

Het publieke debat werd de voorbije periode sterk beïnvloed door zorgen van landbouwers. Die zijn begrijpelijk, maar gaan soms gepaard met hardnekkige misvattingen. Een VRT NWS-factcheck (januari 2026) concludeerde dat de belangrijkste claims grotendeels ongegrond zijn:

1. De EU wordt niet overspoeld met Zuid-Amerikaans vlees. De quota voor rund- en pluimveevlees zijn beperkt, geleidelijk ingevoerd en blijven slechts een fractie van de totale EU-productie of -consumptie.

2. Mercosur-producten zijn niet minder gecontroleerd. Importcontroles zijn even streng als voor Europese producten, met meerdere auditlagen. Overtredingen zijn uitzonderlijk.

3. Het akkoord versoepelt geen enkele EU-norm. Verboden pesticiden blijven verboden. In 2024 voldeed 98,8% van alle Mercosur-voedingsstalen aan de EU-regels; slechts één lading (pindanoten) werd afgekeurd. Bovendien is het aantal toegelaten exporterende bedrijven beperkt.

De kritiek op Mercosur komt soms ook voort uit interne problemen in de landbouw. Europese boeren zitten midden in transities (klimaat, stikstof, gezondheidsnormen) en ervaren terechte druk. In die context is een ver-van-mijn-bed handelsakkoord een makkelijk doelwit om frustraties op te projecteren. De uitdagingen liggen veeleer bij een veranderend consumptiepatroon, strenger milieubeleid en mondiale prijsvolatiliteit. Sterker nog, zonder dit akkoord zouden veel van die uitdagingen blijven bestaan, maar ontnemen we onszelf wel de voordelen van de handelsdeal. We mogen het akkoord dan ook niet laten gijzelen door één sector. De deal biedt immers netto-voordelen voor onze economie en industrie, terwijl voor de gevoelige sectoren afdoende bescherming is ingebouwd.

Conclusie

Het EU–Mercosur‑akkoord belooft aanzienlijke economische voordelen voor België en de EU. Belgische topproducten krijgen directe concurrentievoordelen op een grote groeimarkt, wat de belofte inhoudt tot extra export, meer investeringszekerheid en potentieel nieuwe banen. Tegelijk versterkt het akkoord onze strategische positie door nauwere samenwerking met een blok gelijkgezinde landen, waardoor we minder afhankelijk worden van minder betrouwbare handelspartners.

De deal zoekt bewust een evenwicht tussen openheid en bescherming. Er zijn uitzonderlijk veel vangnetten voorzien voor kwetsbare sectoren, vooral in de landbouw, via quota, strikte EU‑normen en solide vrijwaringsmechanismen. ‘Dumping’ van minderwaardige producten is uitgesloten. Bovendien geeft het akkoord Europa bijkomende hefbomen om duurzaamheidsdoelen samen met Mercosur te realiseren, hefbomen die zonder een formeel engagement veel moeilijker afdwingbaar zouden zijn.

Het zou dan ook onverstandig zijn deze historische kans te laten liggen. Pieter Timmermans (CEO VBO)