We ontmoeten Marc Benoit – praeses van Ekonomika in het academiejaar 1959-1960 – in het gemeentehuis van Kuurne, waar zijn zoon Francis burgemeester is. Marc, geboren in 1937, is vandaag de oudste nog levende praeses van Ekonomika. Met warmte en humor blikt hij terug op zijn studententijd in Leuven; een stad die in die jaren overwegend katholiek, conservatief en Vlaams was, maar tegelijk ook een broedplaats van Europese ideeën en jeugdig idealisme. De kiemen van de grote veranderingen van de jaren zestig waren in de jaren vijftig al volop aanwezig.
Marc, hoe ben je eigenlijk in Leuven terechtgekomen?
Marc Benoit (lacht): Dat was eigenlijk nooit gepland. Ik wilde helemaal geen economist worden. Ik droomde ervan om acteur te worden. Ik speelde al toneel met Remi Van Duin (regisseur en dictieleraar). Mijn ambitie was om bij Studio Herman Teirlinck te studeren. Mijn vader, een nuchtere West-Vlaming, zei: ‘Ik betaal geen studies voor clowns in een circus. Kies maar iets anders.’ Een neef van mij overtuigde mijn ouders: ‘Laat hem naar Leuven gaan, daar leert hij tenminste iets degelijks.’ En zo is het begonnen. Ik trok naar Leuven om economie te studeren.
Hoe was de overgang van het middelbaar naar de universiteit?
Overweldigend. Alles was groter, fundamenteler, strenger en avontuurlijker. Ik kwam terecht in het Pauscollege, waar ik meteen studenten van Ekonomika ontmoette die mij de goede weg toonden. Maar mijn passie voor toneel bleef: ik speelde in het Vlaams Studententoneel en volgde Theaterwetenschap bij professor Joos Florquin. Dat artistieke leven kostte mij wel een septemberexamen. Dat bracht me met de voetjes op de grond en leerde me prioriteiten stellen. Aan de faculteit haalde je het diploma van ‘het leren’, maar bij Ekonomika het diploma van ‘het leven’. Het certificaat van ‘mens-zijn met anderen’ was voor mij even belangrijk.
Ekonomika in de jaren vijftig
Hoe was de sfeer in Leuven en in Ekonomika in die tijd?
Ekonomika was geen gewone club maar een gemeenschap. We hadden ons Ekonomika-huis in de Vesaliusstraat 75, met het presidium en een pastoor-proost. De sfeer in de jaren vijftig was katholiek: wekelijkse faculteitsmissen, avondklokken en een bijna Victoriaanse moraal. Terugblikkend moet ik zeggen dat de sfeer toen vrouwonvriendelijk was. In de aula zaten de meisjes op de eerste rijen, dan twee lege rijen, en pas daarna de jongens. De peda’s waren strikt gescheiden. De ‘porren’, zoals vrouwelijke studenten werden genoemd, en de mannelijke studenten verbleven in aparte peda’s en die hadden strenge sluitingsuren. Vrouwelijke assistenten of professoren waren zeldzaam; in de administratie zaten wél veel dames. De relaties tussen professoren en studenten waren afstandelijk. Er was respect voor de hiërarchie, maar toch ook ruimte voor overleg. Veel professoren hadden gelukkig wel zin voor humor.
Was er toen al veel contestatie?
Zeker. Vlaamse studenten waren sterk geëngageerd. Wat in Leuven gebeurde tussen 1950 en 1970 heeft zijn stempel gedrukt op de huidige maatschappelijke situatie. De geschiedenis eist haar rechten op. Wat gisteren geschiedde bepaalt het heden en determineert de toekomst. In mijn startjaar, 1956, waren er al spanningen tussen Vlamingen en Walen. In het toenmalig handelskot leefden we naast elkaar, zonder onderlinge contacten — zelfs niet tussen assistenten en professoren. De grote uitzonderingen waren Prof. Herman Van der Wee samen met Prof. L. Dupriez, autoriteit op het vlak van de economische geschiedenis, en Prof. Albert Coppé met de Franstalige faculteitsvoorzitter Prof. Vaes.
Ekonomika had een sterk Vlaams profiel. Onze stichters hadden altijd gevochten voor de vernederlandsing van de universiteit. Professor Gaston Eyskens was de grote inspirator en leider, geruggensteund door onder meer professor Jules Cardijn, Ekonomika-stichter Leo Charles en praeses Kamiel Dedeckel. Na WO II waren figuren als Dries Dequae (praeses en later minister), Maurits Wollecamp (praeses en Kabinetschef en ook bankier) en professor Bob Vanes (praeses en bankier) sterke voorvechters van de vervlaamsing en ze eisten een taalkundige splitsing van de KU Leuven en de Vlaamse ontvoogding.
“De sfeer veranderde in de jaren 60. De Waalse druk om de KU Leuven in te passen in de Franstalige driehoek Brussel-Waver-Leuven deed de gemoederen oplaaien.”
Het nieuwe Europa
Op hetzelfde moment groeiden in de tweede helft van de jaren vijftig de Europese instellingen. Vele Ekonomika alumni begrepen al snel het belang hiervan. Professor Albert Coppé (EGKS), Jef Van Gronsveld (Administratie Generaal bij EG) en professor Rik Lenaert (ook bankier) kwamen geregeld naar het Ekonomika-huis om de studenten te sensibiliseren voor de Europese gedachte en zo loodsten ze veel van onze afgestudeerden naar de Europese instellingen. ‘Vlaming zijn om Europeeër te worden!’ (August Vermeylen). Ikzelf werd ondervoorzitter van de interfacultaire Eurokring met als doel de studenten te informeren en zich in te zetten voor de Verenigde Staten van Europa!
Jij hebt zeer bewust en van nabij de woelige jaren zestig meegemaakt?
De sfeer veranderde inderdaad in de jaren 60. De Waalse druk om de KU Leuven in te passen in de Franstalige driehoek Brussel-Waver-Leuven deed de gemoederen oplaaien. Agressieve betogingen vulden de Leuvense straten en de slogan ‘Walen Buiten’ was ook gericht tegen de Franstalige bourgeoisie. De sfeer verscherpte nog in de periode 1964-68 toen Leuven een broeihaard werd van revolutionaire ideeën. De splitsing van de universiteit kreeg gezelschap van maatschappelijke contestatie en aanvallen op het autoritaire gezag. Vele studenten waren beïnvloed door de boeken van Herbert Marcuse met zijn stellingen tegen de consumptiemaatschappij en het kapitalisme. Het linkse gedachtengoed van Sartre, Habermas en de agitatie van Mei ‘68 (Cohn-Bendit in Parijs) waren populair. Er werd gezwaaid met het Rode boekje van Mao en de culturele revolutie. Het portret van de Cubaanse rebel Che Guevara sierde menig studentenkot. Toenmalige Leuvense studentenleiders zoals Paul Goossens, Kris Merkx e.a. mobiliseerden de studenten tot staking, sit-ins en straatagitatie. Leuven werd een bezette stad.
Het bestaande studentenparlement was meer reformistisch en verdedigde de Vlaamse splitsingsgedachte, maar pleitte ook voor participatie en studentensyndicalisme. Ekonomika sloot zich bij deze laatste eisen aan, tot grote woede van de decaan en de professoren; het was toen volstrekt ondenkbaar en not done.
Toen de bisschoppen uiteindelijk de Waalse visie steunden, werd ‘Bisschoppen Buiten’ het nieuwe strijdlied. In 1968 viel de regering-Vanden Boeynants over de kwestie Leuven Vlaams. De splitsing werd onafwendbaar en werd in 1970 een feit.
Met de eerste lekenrector, professor Pieter De Somer, brak een nieuw tijdperk aan. Hij trok een duidelijke lijn tussen geloof en wetenschap. Zijn beleid was gekenmerkt door het principe: “Het geloof is sterker dan de Kerk, maar aan de universiteit staan onderzoek en onderwijs boven het geloof.” De christelijke waarden bleven behouden, maar de universiteit werd geseculariseerd, democratischer, vrouwvriendelijker en kreeg een uitgesproken Vlaamse identiteit.
PRAESESJAAR 1959-1960
Kan je wat meer vertellen over jouw praesesjaar 1959-1960?
In 1959 werd ik praeses, dankzij de steun van Wim Moens, Jacky Vander Eecken (later professor en decaan FEB), de gebroeders Liebaert, Jef Mariën en de vrienden van het Ekonomika-huis. Ook mijn jaargenoten — G. Gilis, L. Gielis, J. Van Oosterlinck, P. Van Waeyenberg en Monique Werkbrouck — speelden een grote rol, net als de jongeren: Guy Vos, Jo Deneef, Danny Demunter, allemaal toekomstige Ekonomika-praesessen.
Het lustrumjaar van Ekonomika (het zesde in 1960) stond bol van amusement, leerrijke activiteiten en cultuur. Voor het amusement organiseerden we bv. een wandeling naar de Zoete Waters, levendige clubavonden en cantussen, een reuzegrote thé-dansant en een schitterend bal, die allemaal bijdroegen aan de feestelijke sfeer van het jaar. We beleefden veel plezier in de ijsrevue te Antwerpen. Naast plezierige activiteiten stonden er ook tal van leerrijke activiteiten op het programma. Zo werden er verschillende bedrijfsbezoeken afgelegd, waaronder aan het computerbedrijf BULL in Brussel, het textielbedrijf Santens in Oudenaarde en de brouwerij Cristal in Alken.
De topactiviteit was de reis naar het heropgebouwde moderne West-Berlijn. We gingen ook de Muur over om de deprimerende sfeer van de DDR te ervaren. Uitgenodigd op een seminarie in Potsdam werden wij ondergedompeld in de ideologie van ‘Het Arbeiders- en Boerenparadijs’ van President Honecker. Privé gesprekken leerden ons de ongemakken en onvrede kennen bij de Ossies. Wij waren blij om daarna weer naar het vrije Westen te kunnen vertrekken!
Het culturele lustrumprogramma was minstens zo rijk. Zo werd het kersttoneel Waar de Sterre bleef stille staan van Gaston Maertens opgevoerd, en de zelfgeschreven lustrumrevue Deliberatie in het Handelskot zorgde met fijnzinnige humor voor veel plezier, gewaardeerd door zowel professoren als studenten. Studentikoziteit is de beste medicijn tegen chagrijn en pijn — een waarborg voor welzijn.
“Ekonomika is meer dan een goed werkende studentenvereniging; het is een warme gemeenschap.”
Wat deed je na je studies?
Ik werd onderzoeksassistent bij professor Louis Baeck, samen met Lode Berlage, aan het Instituut voor Ontwikkelingsplanning. Daar heb ik mijn engagement voor de derde wereld en interesse voor geopolitiek en internationale economie kunnen uitbouwen. Onze taak in het Instituut, naast wetenschappelijk onderzoek, was ook het informeren over en sensibiliseren van de ruime publieke opinie voor ontwikkelingssamenwerking. Specifiek in Leuven gebeurde dit door succesvolle avondlezingen in de Grote Aula. Door de groeiende interesse bij de studenten richtten we het UCOD (University Office for Developing Countries) op. Ik werd voorzitter met assistentie van Jaak Stockx (die later de Studiedienst bij de Kredietbank/KBC leidde) en Annie Swaelen (de vrouw van Erik). In deze postkoloniale periode richtte professor Baeck zich speciaal op de evolutie van Latijns- Amerika. Dit leidde tot de realisatie van veel KU Leuven-projecten in dit continent. ‘De wereld was zijn dorp’ niet waar! Het Instituut werd pionier In Vlaanderen voor het engagement van jongeren voor hulp aan de Derde Wereld (Broederlijk Delen, 11.11.11). Mijn inzet leverde me zelfs een privé-audiëntie op met koning Boudewijn en koningin Fabiola.
Van Kortrijk naar Latijns-Amerika
Na mijn Leuvense periode werd ik docent in Kortrijk bij Hantal, samen met pastoor Ghekiere en Bob Vlieghe, toenmalige huisgenoten van Ekonomika. Op vraag van het bisdom en in overleg met de KULAK werd het Centrum voor Ontwikkeling en Missionering opgericht. Ik had de eer daar een interview te leiden met Dom Helder Camara, bisschop van Recife (Brazilië) en de wereldautoriteit achter de beweging Spiraal tegen het Geweld, voor een aula van vijfhonderd studenten. Dit was een unieke gebeurtenis voor de campus Kortrijk en had als gunstig gevolg dat priesters van het bisdom gingen werken in Venezuela, El Salvador, Guatemala en Brazilië. Vlaanderen zond zijn zonen uit.
Jouw loopbaan heb je in hoofdzaak gedaan bij staaldraadfabrikant Bekaert?
Na mijn studies aan de University of Alberta (Canada) ging ik vervolgens dertig jaar aan de slag bij Bekaert NV, als strategisch manager voor Latijns-Amerika — later uitgebreid tot The Americas. Voor de zakenwereld vormde dit een zeer grote uitdaging en was het bovendien risicovol. In de jaren ’70 tot ’90 werden de regeringen in Latijns-Amerika meestal gevormd door militaire dictaturen of socialistische besturen. Het continent zelf streefde, naar Europees model, naar een vrijhandelsassociatie (Andes-zone) of naar een gemeenschappelijke markt (Mercosur).
De economische situatie in de diverse landen was volatiel: hoge inflatie, devaluaties, handelsbarrières, lage scholingsgraad, energieproblemen en monetaire restricties. Als econoom moest ik met al deze factoren rekening houden om een realistisch plan op te stellen dat perspectief bood voor rendabele investeringen en kwalitatieve groei. Mijn adviezen moesten duidelijke opportuniteiten en voorspelbare risico’s omvatten. Met onze divisie hebben wij draadfabrieken opgericht in Brazilië, Chili, Colombia, Ecuador, Honduras, Mexico, Peru en Venezuela. Om de exporten van deze vestigingen te optimaliseren, hebben wij een kantoor in Miami opgericht, dat later ook, door zijn strategische ligging, instond voor het financiële engineering.
Zo’n hoogrisicojob, was dat niet stresserend?
MB: Het was vooral succesvol. Het succes van deze operaties bij Bekaert was te danken aan de samenwerking met lokale industriële partners via minderheidsparticipaties (45-49%), de aanleg van hoogkwalitatieve productiefaciliteiten met gegarandeerde technologieoverdracht en technische bijstand, een sociaal personeelsbeleid en strikt financieel beheer (deflatieboekhouding en dollarisatie). Ik wil de bijzondere bijdrage onderstrepen van de jonge Vlaamse ingenieurs die, samen met hun gezin, expat werden om hun kennis en vaardigheden over te brengen aan hun Latijnse collega’s. Deze laatsten werden vervolgens volwaardig geïntegreerd in de Bekaert-groep en oefenden ook CEO-functies uit, zelfs in Europa. Ook arbeiders en bedienden werden expats en bouwden mede aan de industrialisatie van Latijns-Amerika. Economische collega’s zoals directeuren Jules Dewaele (ex-president), Roger Colpaert en Leon Pappijn waren voor mij echte steunpilaren.
Gezien de hoge risico’s in Zuid-Amerika waren wij soms ook genoodzaakt enkele fabrieken te sluiten (Honduras, Colombia). Aan potentiële investeerders wil ik meegeven dat er tientallen boeken bestaan over ‘How to Invest’, maar geen enkel over ‘How to Disinvest’, wat een duidelijke ruimte laat voor wetenschappelijk onderzoek.
Hoe kijk je naar Ekonomika en Vlaanderen vandaag?
Ekonomika is meer dan een goed werkende studentenvereniging; het is een warme gemeenschap. Nog steeds staat het ‘diploma van mens-voor-de-anderen’ centraal. Dit humanistisch ideaal leeft voort, zowel bij de huidige Ekonomika-studenten als bij Ekonomika-alumni en -senioren. Vlaanderen als gewest is volwassen geworden, met behoud van zijn waarden: arbeidsijver, spaarzaamheid, gemeenschapszin en ambitieus ondernemerschap, maar ook sociaal welzijn, culturele opwaardering en een sterk geweten. Een economie zonder ethiek is als een schip zonder kompas.
Heb je een boodschap voor de volgende generaties?
Zeer dierbaar zijn mij de kameraadschap, de leute en de debatten tot diep in de nacht - dat blijft altijd bij. Leuven is mijn lievelingsstad gebleven. Wij kwamen naar de KU Leuven als zonen van een parochie en werden wereldburgers. Mijn boodschap is dus ook: doe internationale ervaring op! Dit is de echte erfenis: de mensen, onze duurzame vriendschappen. Wie dat alles meemaakte, vergeet het niet en koestert het voor eeuwig. Moeder Ekonomika was een brug, maar ook onze geluksvoedster.
Freddy Nurski en Fa Quix