Leuven, 29 januari 2026. Leercentrum Agora. Dolenthousiaste kinderen bedenken nieuwe producten die perfect passen in hun leefwereld: gezond snoep, kleren die niet vuil worden en een kunstarm die je gsm recht houdt wanneer je in bed een filmpje bekijkt. Deze workshop ondernemen wordt georganiseerd door de Brusselse vereniging ToekomstAteliersdelAvenir (TADA), geleid door Pieter De Witte, handelsingenieur/economist en alumnus van de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen (KU Leuven). De docenten zijn economisten en ondernemers, bijna allemaal met een KU Leuven-link. TADA werd opgericht om Brusselse jongeren in kwetsbare situaties toekomstperspectief te bieden, maar opereert steeds vaker buiten de grenzen van de hoofdstad, zoals vandaag in Leuven.
CONCEPT UIT NEDERLAND
Vanwaar die verruiming naar andere steden?
Pieter De Witte: Toen TADA werd opgericht, spraken we vooral over grootstedelijke uitdagingen bij jongeren. Maar intussen horen we gelijkaardige signalen in Leuven, Turnhout… eigenlijk zo goed als overal.
Als Brusselaar – en ik zeg dat niet graag – stemt het me droef te zien hoe de stad de voorbije jaren is afgegleden. Ik wil graag mijn steentje bijdragen om dat tij te keren.
We moeten er samen voor zorgen dat Brussel, en bij uitbreiding andere steden, opnieuw de goede richting uitgaan. TADA doet dat op basis van onze ervaring met jongeren in kwetsbare situaties, maar vooral dankzij de vele gastdocenten en partnerorganisaties met wie we samenwerken. We kunnen het zeker niet alleen.
Zijn kinderen en jongeren altijd zo enthousiast als vandaag?
“Wij zijn geïnspireerd door een concept uit Nederland: de IMC Weekendschool van psychologe en onderzoeker Heleen Terwijn. Zij koos heel bewust voor de leeftijd van tien jaar, omdat op dat moment twee dingen samenkomen: enerzijds opent je brein zich naar de wereld, en anderzijds ben je als kind nog sterk positief ingesteld.
Als we TADA gaan voorstellen op scholen – we bereiken meer dan 2.000 leerlingen – zien we dat 80 à 90 procent graag wil meedoen.
Maar dan begint het moeilijke deel: in de context waarin veel van deze jongeren opgroeien, is het niet vanzelfsprekend om op zaterdagochtend vroeg op te staan, zeker niet als ze laat zijn gaan slapen of hun ouders al aan het werk zijn. Bij mij thuis was dat eenvoudig: mijn ouders maakten me wakker. Maar bij hen verloopt dat anders, en daar moeten we wel wat inspanning voor doen. Gelukkig zien we dat die inspanning loont: jongeren waarderen het, misschien niet op het moment zelf, maar zeker achteraf.”
“Het klinkt misschien vreemd, maar ik ben trots dat we als organisatie nog altijd bestaan en dat we – bij wijze van lichte overdrijving – sterker staan dan ooit.”
NATUURLIJKE OMGANG TUSSEN JONGEREN EN PROFESSIONALS
In het midden van het gesprek worden we onderbroken door een jongentje dat bezig is met een minimarktonderzoek. Hij stelt een prangende vraag:
- “Waar zou je deze robot kopen: online, in Brussel-Noord of in de Ridderstraat?”- “Keigoeie vraag! Ik zou dat niet online doen, want ik zou die robot in het echt willen zien. Dus ik zou zeggen Brussel-Noord. Als ik in Leuven zou wonen, zou ik naar de Ridderstraat gaan.
Een klein, maar typerend moment voor de sfeer tijdens een TADA-dag: nieuwsgierigheid, vragen durven stellen en een natuurlijke omgang tussen jongeren en professionals. Het zijn precies die ontmoetingen die Pieter De Witte met TADA wilt stimuleren. Wat heeft hij zelf geleerd uit het leiden van een sociale organisatie, iets wat een puur bedrijfseconomische context nooit had kunnen bieden?
“Na mijn studies hoopte ik iets als dit te kunnen doen, maar wist niet dat er organisaties als TADA bestonden, die jongeren op zo’n open manier in contact brengen met professionals. Dat kan op papier wat indoctrinerend klinken, alsof we jongeren in een bepaalde richting duwen. Maar in de praktijk is het vooral een uitwisseling: het verruimt zowel de leefwereld van de jongeren als die van de professionals met wie ze samenwerken.
Wat ik heb geleerd, is dat dit soort werk kan, en dat er veel meer mensen voor openstaan dan je zou denken. Ik merk ook dat organisatieprincipes overal grotendeels dezelfde zijn. Ik was vroeger consultant, en factoren om medewerkers aan boord te houden zijn verrassend gelijkaardig. Alleen kunnen wij geen hoge lonen bieden. Het financiële blijft onze grootste uitdaging.
De filantropische markt in België is nog jong: de rolverdeling tussen overheid en middenveld verschuift en wat in de plaats komt, is nog onzeker. Een boeiend speelveld, dat wel, maar ook uitdagend en soms behoorlijk frustrerend.”
Heb je je engagement van thuis meegekregen, of heeft de faculteit ook een rol gespeeld?
“Het komt niet uit één bron. Thuis speelde het zeker mee, maar ook aan de faculteit zijn er dingen aangewakkerd. Ik herinner me vooral het vak filosofie van professor Anton Van de Velde. Hij sprak onder meer over a priori- en a posteriori-gelijkheid: wil je dat iedereen op het einde op dezelfde positie uitkomt, of dat iedereen aan de start dezelfde kansen krijgt? Dat is altijd blijven hangen.”
Als je één beleidsaanbeveling mocht doen tegen kansarmoede, welke zou dat zijn?
“Versnipperde bevoegdheden zijn vaak het grootste struikelblok, dat zagen we tijdens COVID. Je hebt een helder en beter afgestemd beleidskader nodig. Kansarmoede gaat over veel meer dan ouders die weinig geld hebben. Het gaat ook over beperkte toegang tot taal, cultuur, gezondheidszorg, vrijetijdsactiviteiten ... In Brussel klonteren die problemen samen: gezondheid, onveiligheid, gebrek aan groene ruimte en armoede overlappen elkaar letterlijk.
Wanneer beleid of organisaties slechts één aspect aanpakken, zoals enkel groene ruimte, verdwijnen die andere uitdagingen niet. Die versnippering werkt totaal niet, zeker niet in een land als het onze. Je hebt een geïntegreerde visie nodig, dat is één. Daarnaast pleit ik voor een kader met duidelijke doelen, dat tegelijk voldoende ruimte laat aan mensen op het terrein – in dit geval scholen en directies – om kansarmoede op een holistische manier aan te pakken. Want holistisch beleid op nationaal of regionaal niveau werkt niet. Die aanpak moet lokaal kunnen landen.”
Wat heb je uit je studies meegenomen in je huidige job?
“De opleiding gaf me een kader, een richting en een idee van de excellentie die van ons wordt verwacht. En dat je zelf dingen in handen moet nemen. Dat principe passen we ook toe op onze jongeren: je hoeft hen niet voortdurend vast te houden, maar je daagt hen uit om zelf stappen te zetten.
In mijn huidige, bredere rol merk ik hoe waardevol de basisprincipes zijn die ik tijdens mijn opleiding meekreeg. Of het nu gaat over marketing, organisatiepsychologie of andere vakken. Ik profiteer daar vandaag nog elke dag van.”
Waar ben je het meest trots op?
“Het klinkt misschien vreemd, maar ik ben trots dat we als organisatie nog altijd bestaan en dat we – bij wijze van lichte overdrijving – sterker staan dan ooit. We zijn nooit onze principes, waarden, focus of missie kwijtgeraakt. We zijn trouw gebleven aan waarom we bestaan. Daar ben ik echt trots op.”
Hoe groot de impact van die missie kan zijn, wordt op onverwachte momenten duidelijk. Tijdens een eerdere activiteit hoorde Pieter een van de kinderen zeggen dat “mannen in pak eigenlijk best lief zijn”. Een onschuldige uitspraak die de kern van TADA perfect samenvat: jongeren laten ervaren dat de wereld zachter en toegankelijker is dan ze soms denken. En dat die wereld ook voor hen openstaat.
Els Brouwers
“De toekomst begint waar we jongeren helpen om die zelf vorm te geven.” (Luc Sels)
KU Leuven en TADA
KU Leuven Engage bundelt initiatieven en onderzoek van studenten en medewerkers die bijdragen aan een inclusieve en duurzame samenleving. Service-learning vormt daarbij een krachtige motor, waarbij studenten leren door zich maatschappelijk in te zetten. Dat engagement werkt vaak nog door lang nadat ze hun diploma op zak hebben.
KU Leuven Engage bundelt initiatieven en onderzoek van studenten en medewerkers die bijdragen aan een inclusieve en duurzame samenleving. Service-learning vormt daarbij een krachtige motor (zie ook elders in deze editie), waarbij studenten leren door zich maatschappelijk in te zetten. Dat engagement werkt vaak nog door lang nadat ze hun diploma op zak hebben. Dat blijkt bij TADA, waar tal van KU Leuven alumni zich als gastdocent blijvend engageren. Op de TADA-dag van 29 januari stonden verschillende KU Leuven alumni voor de klas, onder wie Ludovic Deprez, voorzitter van Ekonomika Alumni. “Voor mij is een Tada-ervaring altijd weer een eye opener omdat ze maatschappelijke problemen heel zichtbaar maakt. Tegelijk werkt het inspirerend om te zien hoeveel talent die kinderen hebben, en hoe hun capaciteiten dankzij TADA tot uitdrukking kunnen komen,” vertelt hij. Ook alumna Els Lagrou (Dagelijks Geld) gaf die dag les en bevestigt hoe sterk de wisselwerking tussen kinderen en docenten kan zijn. “Een werkdag ruilen voor een TADA-dag is zo verrijkend. Samen uit onze comfortzone, samen nieuwe competenties ontdekken en erin geloven. Zalige dag!” Naast de alumni was economist en vicerector Studenten- en Diversiteitsbeleid (KU Leuven) Tom Van Puyenbroeck actief als docent. Hij benadrukt hoe vanzelfsprekend de samenwerking aanvoelt: “Onderwijsongelijkheid verminderen, diversiteit en inclusie bevorderen en ons maatschappelijk engagement versterken staan al jaren hoog op de beleidsagenda van de KU Leuven. Strategisch samenwerken met TADA voelt daarom heel natuurlijk aan.” Gewezen rector Luc Sels onderstreept tot slot het belang van deze samenwerking en de maatschappelijke impact ervan: “Het Toekomstatelier bewijst al jaren zijn kracht in de complexe, superdiverse stedelijke context van Brussel, waar het kinderen helpt hun stem, talenten en verbeelding te ontdekken en te versterken. Die beproefde aanpak krijgt nu ook voet aan de grond in Leuven, een internationaal diverse stad waar inclusie geen keuze is maar een opdracht: elk talent verdient een kans om gezien en ontwikkeld te worden. Dat KU Leuven Engage hier samen met lokale scholen mee de schouders onder zet, toont hoe een sterke universiteit niet alleen mondiaal gericht is, maar ook bijdraagt aan het lokale sociale weefsel. Daarom ondersteun ik dit initiatief voluit. Omdat de toekomst begint waar we jongeren helpen om die zelf vorm te geven.”
